Reizigers zelf aan het woord:

Een warme winter, maar toch schaatsen in Zweden

 
door Gerard Murre

De winter van 2013/2014 was één van de warmste en ijsarme winters ooit. Vijf leden van IJsclub Haarlem zijn naar noordelijke streken uitgeweken om het plezier van het schaatsen op natuurijs niet te hoeven missen. Begin februari vertrokken Bert, Jack, Jelle, Kees Jan en Gerard naar Zweden.
Doel van de reis was het rijden van de 200 km-tocht op het Runnmeer bij Falun.

Als voorproefje voor deze monstertocht zijn we neergestreken in Björkfors, even ten zuiden van Linköping. Hier hebben de ex-Haarlemmers Rick en Linda Veen een oude school omgebouwd tot Bed and Breakfast (schaatsen-in-zweden.nl).

Schaatsijs zoeken en vinden
Rick is schaatsgids en trekt er met zijn gasten op uit om de Zweedse meren en soms de Oostzee te verkennen. Ook in Zweden was de winter ongekend warm. Bij aankomst lag er een laagje sneeuw maar de volgende dag was het al ver weg gedooid. IJs was er genoeg. Het was alleen zoeken naar een gladde ijsvloer. Rick voorzag ons van een Zweedse schaatsuitrusting: stokken, ijspriemen, touw en een rugzak met waterdichte binnenzak voor droge kleren. Na een half uur rijden vonden we een schaatsbaar meer. De sneeuw was helaas nog niet helemaal weg en de kwaliteit varieerde van mooie gladde stukken tot ribbelijs en soms zelfs onschaatsbaar ‘dubbelijs’. Kilometervreten was geen optie maar het was leuk om te ervaren hoe je over allerlei soorten ijs vooruit kunt komen. Rick is een ware meester in het vinden van het beste spoor en als een kunstschaatser slalomde hij om alle sneeuwhoopjes en oneffenheden heen. Wij probeerden het grillige spoor te volgen en vlogen af en toe de bocht uit maar spoedig werd het een leuk spelletje om zo snel mogelijk in korte bochten over het ijs te jagen.

Na enkele uurtjes spelen op de schaats was het tijd voor de inwendige mens. We werden aan het hout sprokkelen gezet. Rick stookte een vuurtje om worst te roosteren. Eindelijk rust om eens uitgebreid van het prachtige uitzicht over het merengebied te genieten. Vervolgens een tweede struintocht over het ijs en dan terug naar Björkfors. Na een stevige maaltijd en een aantal dito schaatsverhalen en vloeibare versnaperingen rolden we moe maar voldaan de Ikea-bedden in.
 

Eerst nat, later prachtige gladde baan
De volgende dag naar Falun om rustig de omgeving en het ijs te verkennen. Op het Runnmeer wordt permanent een baan geveegd. Het dooide nog steeds en op onze verkenningsronde kwamen we door tientallen meters lange plassen heen. Rustig aan anders golfde het water zo je schoenen in. Verder was het mooi vlak ijs met weinig scheuren maar 200 km met natte voeten was geen prettig vooruitzicht. Toen we de volgende dag bij de start verschenen, bleek dat organisatie dit op een aparte manier had opgelost; je moest schaatsen tot de plas en vervolgens terug tot je de plas weer tegenkwam en zo steeds maar heen en weer. Na een tiental 200 km-tochten ben ik wel wat gewend, maar dit had ik nog nooit meegemaakt. We vertrokken meteen op kop van het groepje van circa 50 deelnemers. Wat schetst onze verbazing: op de plaats waar gisteren een enorme plas lag, was nu kurkdroog ijs. Die nacht was het water kennelijk door scheuren onder het ijs gelopen. IJs is immers lichter. Wat restte was een prachtige gladde baan. Mooier ijs dan we ooit op zo’n tocht gezien hebben.

182 km in de benen
Bij de meeste van deze tochten hapert er wel iets in de organisatie. We maken ons daar inmiddels niet zo druk meer over en zijn al lang blij dat men de moeite doet om een tocht bij zo’n beperkte opkomst mogelijk te maken. Tot halverwege de tocht was het onduidelijk hoeveel rondjes we moesten rijden. Volgens onze GSM bleken we uiteindelijk 182 km te hebben afgelegd. De aardige stempelmeisjes hadden een merkwaardige taakopvatting. Ze vroegen na elke ronde hoeveel stempels we wilden. Maar de omgeving was prachtig. Op het besneeuwde meer schaatsten we door een decor van eilandjes en baaien omzoomd met bossen waarin veel bruinrode Zweedse vakantiehuisjes.
Jelle was al meteen zijn eigen tempo gaan rijden. De overige vier vormden samen met een Brabander de kopgroep. Hij probeerde een gat te slaan bij de ravitaillering maar we pakten hem terug. Vervolgens was het onze beurt om hem af te schudden toen hij even stopte bij zijn tas. Maar het was een taaie rakker. Hij kwam boos terug en wilde niet meer op kop rijden. Vreemd want we hadden immers niets met hem afgesproken. Ik had geen zin om nu we eindelijk een kans hadden om een 200 km winnend af te sluiten een aanklamper op het schavot te helpen en zinde op een mogelijkheid om hem af te schudden. Jack trok een ronde flink door wat tot resultaat had dat Kees Jan er af moest maar de ongenode gast bleef er bij.

Zweeds bier en sterke verhalen
Plotseling werden we door een recreant voorbij gereden. We klampten aan en de goede man hield ons twee ronden uit de wind. Maar de laatste ronde kwam er aan en er moest iets gebeuren. Jack is de snelste van ons en ik twijfelde of ik de steeds beter wordende Bert achter me kon houden. Ik besloot me op te offeren en de laatste ronde op kop te gaan sleuren in de hoop dat onze zuiderbuur zou afhaken. Tegen het eind leek dit te lukken. Jack riep dat hij er af was, maar dat had hij beter niet kunnen zeggen want toen we even rechtop gingen, sloot hij weer aan. Het was nog een paar honderd meter en Jack en Bert die voor me reden, zetten de sprint in. Onze schaduw reed op dat moment achter me en ik liet me afzakken om een gaatje te laten ontstaan. Hij passeerde me, maar ik zag dat hij er doorheen zat. Ik ging ook aan en koos voor de slipstream van Jack. Gelukkig maar want op dat moment raken Jack en Bert elkaar en gaat Bert onderuit. Jack rekende niet op verdere tegenstand en ik zag hem schrikken toen ik voorbij kwam maar het was te laat. Met een meter voorsprong kwam ik over de meet. Op mijn 60-ste mijn eerste schaatswedstrijd, nou ja, -tocht, winnen. Dat bewijst dat je nog lang progressie kunt maken.

Bert moest nog even naar het ziekenhuis voor een paar hechtingen en de anderen kwamen niet lang na ons binnen. Die avond werd zoals het als mannen onder elkaar betaamt, afgesloten met veel bier en sterke schaatsverhalen. Dit bereikte zijn hoogtepunt toen Kees Jan de medailles uitreikte die de organisatie vergeten had en die hij toevallig in handen kreeg toen hij terug naar het ijs ging om iets op te halen wat we hadden laten liggen. Een reis die weer veel anekdoten heeft opgeleverd voor de avondetappe in de kantine bij de ijsbaan.
 

Mooie ervaring in Oravi in Finland
Een midweek schaatsen in een Fins Natuurreservaat.

 
door Eddy Vos



Het was een erg mooie ervaring in Finland. Mooi ijs hoewel ik er op een gegeven moment er wel door heen ben gezakt. Er ligt een laag ijs van ongeveer 30 tot 50 cm met daar boven op een laagje water wat weer bevroren is je denkt dus dat het gewoon stevig ijs is. Niet dus en dan ga je door de bovenlaag heen en lig je op eens op je snoet.

Kampvuur
Na ongeveer 45/60 minuten viel niet meer te schaatsen en hebben we een stuk gelopen en daar na weer een stukje geschaatst naar het eiland waar je een kampvuur kan maken ongeveer 6 km voor Oravi.
Bij Oravi besloten om niet niet terug te schaatsen hoewel ik het wel erg graag gewild had maar de val heeft mij veel energie gekost door de schrik van door het ijs zakken zoals je dat kent van Nederland.

Met de sneeuwscooter terug
Bij Oravi konden we met een sneeuwscooter terug naar Rantasalmi ook een erg mooie belevenis.
Daar na nog even geschaatst en daarna het diner in het hotel gebruikt met en rondleiding door de wijnkelder, al met al erg gastvrij en vriendelijk. ook de rit van Helsinki naar Rantasalmi is lang maar mooi.
Een midweek is toch te kort de volgende keer zouden we graag langer willen blijven.



 

De vriesdood of de gladiolen in Noorwegen

Vier vertegenwoordigers van IJsclub Haarlem rijden de 200 km van het Norwegian Skating Festival in Lillehammer.

door Gerard Murre


Moeizaam slippend neemt het busje de helling vanaf het ijs van het Mjosa-meer naar de straten van Lillehammer. Ik zit onder een laag dekens achterin te bibberen als een drilboor. Door een spleet tussen de dekens zie ik de besneeuwde straten van de stad voorbij glijden. Het is niet ver naar het ziekenhuis en voor ik het weet wordt ik in een rolstoel voortgeduwd door een lange gang waar lampen in de gladde vloer weerspiegelen. Trillend als een riet beland ik in een bed en krijg warme dekens over me heen. Een verpleger stopt een thermometer in mijn oor; “Thirtysix – two”.

Een meter sneeuw
Het valt wel mee die morgen met de kou op het meer bij Lillehammer. Min 10 bij een lage luchtvochtigheid is goed te verdragen. We zijn al blij dat de tocht door gaat. Gisteren is de tocht op het allerlaatste moment verplaatst naar deze plek op het immens grote Mjosa-meer.
Het ijs op de geplande route was niet schaatsbaar te krijgen zodat werd uitgeweken naar dit 6,6 km baantje dat 30 keer gerond moet worden om de 200 km te voltooien. Maar ook hier zit het tegen. Een ijsvisser heeft midden op de baan een gat geboord. Door de sneeuwlaag van bijna een meter dik op het omringende ijs wordt het water omhoog gedrukt. Ik heb geprobeerd een proefrondje te schaatsen en dacht wel even om de natte plek heen te klûnen. Lopen door sneeuw waar je bij elke stap tot je kruis in zakt, blijkt al na drie stappen geen haalbare kaart. Omdat ik nogal slecht ben in opgeven, treedt op zo’n moment het brein in werking. Waarom zakken pooldieren niet tot over hun poten weg in de sneeuw? Natuurlijk; ze lopen op vier poten! Zo kruip ik weldra op mijn vier ledematen door de sneeuw. Ik voel me net een ijsbeer die zijn prooi besluipt; de schaatsen nutteloos aan de achterpoten. Na veertig meter kan ik het ijs weer op waar de waterstand wat lager is geworden. Het laagje water is echter bevroren tot een dikte van een centimeter waar ik elke steek doorheen zak zodat ik een wild inheemse dans ten beste geef om niet ten val te komen. Over een paar honderd meter doe ik een half uur en ik zie het somber in voor de dag van morgen.
 



Haarlems garnizoen op Noors ijs
De Noren hebben een nachtje doorgewerkt en een ruime omleiding rond het wak door de sneeuw gegraven. We kunnen dus toch vertrekken! We zijn in Scandinavië wel bekend met kleine startvelden maar de 14 deelnemers die we hier tellen maakt het evenement tot het exclusiefste waar we tot nog toe aan deel mochten nemen. Zoals gewoonlijk vrijwel allemaal Nederlanders. Het blijft een raadsel waarom er in een land met zo veel schaatsmogelijkheid zo weinig mensen warm lopen voor deze sport. De baan ligt er schitterend bij. Wel wat smal maar met uitstekend ijs. Een meter dik en weinig scheuren. Het weer werkt mee, geen wind en een niet al te koud. Prima omstandigheden en het Haarlemse garnizoen bestaande uit Jack, Kees-Jan, Jelle en uw verslaggever Gerard heeft er zin in. De organisatie moet op het laatste moment nog uitrekenen hoeveel rondjes er afgelegd moeten worden; dertig dus. Een kwartier na de officiële starttijd staan we nog steeds te wachten op het vertreksignaal en twee man vertrekken maar vast. Na een korte aarzeling ga ik in de achtervolging. Achter me valt het startschot.


Hangen en wurgen
Verdomd, die twee willen kennelijk in de eerste ronde al een gat slaan. Ze spuiten er vandoor in een onberispelijke baanslag alsof ze nog nooit van scheuren hebben gehoord. Het kost mij altijd enige tijd om goed in mijn slag te komen. Met dit beulstempo lukt dit niet en als een aangeschoten pinguïn fladder ik achter de ontsnappers aan. Puur op kracht kan ik met hangen en wurgen aansluiten als na een driekwart ronde een onverwacht obstakel opdoemt. Wat bij de start eufemistisch was omschreven als een plek waar je wat voorzichtig moest zijn, blijkt een plas van zo’n twintig meter met daarop een dun ijslaagje. We gaan fors in de ankers en springen op het maagdelijke ijs. Maar maagdelijk, het woord zegt het al, het breekt en strompelend proberen we langs de rand waar de sneeuw wel een meter hoog ligt, de andere kant van de plas te bereiken. Daar wacht ons een ijsdessert bestaande uit vastgevroren schotsen waar alleen de mensen met aanleg voor moderne dans overeind blijven. Na dit bizarre intermezzo blijken de koplopers hun snode plannen nog niet te hebben opgegeven. Nog een ronde wordt er voortgejakkerd maar ik heb inmiddels de goede slag te pakken en blijf moeiteloos bij. Achter me hoor ik het gekras van twee schaatsers. Ik durf niet om te kijken bij deze snelheid en roep vragend “Jack?”. De bekende droge kreet van Jack stelt me gerust dat hij is aangehaakt. Na de volgende klûnpauze
geven de koplopers hun demarrage op en zakt het tempo.



Noor uit het zicht
De kopgroep bestaat uit vijf man die gedienstig van kop wisselen. Een aantal ronden later sluit een zesde deelnemer aan. Hij verwaardigd zich niet om mee te doen met het kopwerk en wordt herkend als één van de weinige Noorse deelnemers. Een gevaarlijke outsider want hij is hier een coryfee in het langlaufen en bovendien een stuk jonger dan de rest. De organisatie doet zijn best om met name de klûnplaats begaanbaar te maken maar de onbekendheid met het fenomeen klûnen druipt er vanaf. Pallets worden neergelegd met de planken in de gevaarlijke langsrichting. Met goede bedoelingen wordt er een dun doek over de pallets gelegd maar dit wordt binnen twee ronden aan flarden gelopen en ik blijf prompt haken en ga languit. De volgende ronde toch maar door de sneeuw naast de pallets waar ik weer mijn evenwicht verlies en languit in het water val. De damp slaat al snel van mijn benen. In deze fase wordt nog gewacht bij iedere valpartij bij de klûnplaats. Ik ben niet het enige slachtoffer. Na een rondje of tien blijven plotseling drie man achter waaronder Jack. De reden is me niet duidelijk maar later hoorde ik dat ze een plaspauze hielden. Daar had ik ook wel aan mee willen doen maar ik zie dat de Noor van de gelegenheid gebruik maakt om te demarreren. Ik ben met iemand uit Dordrecht samen en we weten niet goed wat te doen. Wachten op de anderen of achter de Noor aan. We gaan wat halfslachtig in de achtervolging in de overtuiging dat hij het in zijn eentje toch niet redt tegen vijf man. Even later sluiten de andere drie bij ons aan maar de Noor is dan al uit het zicht en dat zou zo blijven.



Weinig valpartijen
Even later krijg ik aandrang en op mij wordt natuurlijk niet gewacht dus ik plas al uitrijdend om zo weinig mogelijk op achterstand te komen. Toch kost het me een volle ronde om terug naar de groep te schaatsen. Er zijn weinig valpartijen maar op een boos moment neemt mijn voorganger een snoekduik voorover. Ik kan niet ontwijken en ga ook tegen de vlakte. Een steek van pijn gaat door mijn scheenbeen. Tot mijn ontzetting zie ik een gat in mijn schaatsbroek die snel rood kleurt en daaronder een diepe wond. Is dat witte het bot? Ik huiver en ben er van overtuigd dat dit het eind van de tocht betekent. Op de Weissensee heb ik een keer met vijf hechtingen in mijn voorhoofd de tocht kunnen voortzetten. Maar ik denk niet dat deze service hier geboden wordt. Ik schaats achter de anderen aan naar het startpunt. Daar zie ik dat de rode vlek niet veel groter geworden is. De pijn valt mee en ik besluit door te gaan. Vervolgens heb ik de hele tocht niet meer aan het voorval gedacht. De andere betrokken schaatser moet helaas met een hersenschudding naar het ziekenhuis.



Grauwsluier verdwijnt
Het wolkendek breekt open en de zon verdrijft de grauwsluier die over het landschap hing. Het wit van de sneeuw schittert je tegemoet en de tussen de besneeuwde hellingen op de uitgestrekte witte vlakte waan je je een engel die door de schaatshemel glijdt. Maar zo ver is het nog niet want de rust van de vier tochtgenoten wordt ruw verstoord door een groepje 100 km rijders. Later gestart en met minder kilometers voor de boeg, ligt het tempo hierbij hoger. We zetten de sokken er in om bij te komen. De laatste man van het groepje schaatst met langlaufstokken. Dat doen ze hier meer. Heel vervelend en gevaarlijk als je er achter rijd want die stokken worden naar achteren afgezet en zijn scherp! Jack laat in ferme bewoordingen weten wat hij daar van denkt en geschrokken houdt de Noor zijn stokken in rust. Het zijn wat jongere, fanatieke knapen zo te zien die bij het klûnen heel wat sneller zijn dan wij. Elke keer moeten we een klûnachterstand van tientallen meters dichtrijden. Maar we leren van het goede voorbeeld en weldra draaf ik als een op hol geslagen rendier door de sneeuw.

Constant tempo
Het 100 km groepje breekt in tweeën en ik zie dat Jack laat lopen. “Gaan, gaan!” roep ik en sprint naar voren net op het moment dat de veegmachine uit tegengestelde richting komt. Met twee seconden hartstilstand schiet ik er nog net voor langs en sluit aan bij de snelle mannen. Nog een 200 km rijder heeft aangeklampt. De anderen zijn gezien. Met z’n tweeën proberen we zo lang mogelijk te profiteren van het snellere tempo van de 100 km-mannen. Inmiddels zijn ook de deelnemers aan de 50 km tocht op het ijs gekomen maar van dit samengeraapte zootje ijshockeyschaats- en prikstokgebruikers hebben we meer last dan gemak. Door dit gejakker hebben we snel Jack op een ronde gereden en gelukkig heeft hij de kracht om aan te sluiten evenals de andere afvallige uit ons aanvankelijke groepje. Het begint kouder te worden. Ik denk dat het aan mezelf ligt maar de anderen bevestigen het en kleumend vervolg ik mijn weg. Gelukkig blijven mijn benen warm en het tempo blijft constant.

Rondje voor de gezelligheid
Nog één gezamenlijke plaspauze waarna een in rood schaatspak gestoken opponent het tempo fors opvoert. Ik vermoed dat hij ons er op vijf ronden voor het eind af probeert te rijden. Ik kan echter de versnelling goed volgen tot we bij de klûnplaats komen. Rennend door de sneeuw blijf ik bij maar daarna val ik door de mand op mijn zwakke punt; explosief versnellen. Hij trekt vanuit stilstand een sprint waarbij ik direct vijftig meter achterstand oploop. Achteraf gezien had ik toen moeten doorgaan maar in een zwak mentaal moment laat ik hem lopen en hij bouwt snel een kilometer voorsprong op. Door deze tussensprint zijn we de vierde man, tevens mogelijk bedreiger van Jack kwijtgeraakt en omdat er niets meer te winnen of te verliezen is, koersen we ontspannen naar de finish. Jack begint daar aan zijn laatste ronde en ik ben van plan om voor de gezelligheid dat rondje er nog maar bij te pakken.

Bevroren gezicht
Met opgestoken armen glij ik over de eindstreep. Stop even bij vriendin Hester om te zeggen dat ik het laatste ronde nog met Jack meerijd maar wordt meteen van drie kanten vastgegrepen. Ik krijg dekens over me gegooid, Hester staat boos tegen me uit te varen en een mevrouw met een rood kruis op de borst spreekt me in het Noors streng toe. Ik versta er geen hout van maar een landgenoot vertaalt dat mijn gezicht bevroren is en dat ik meteen naar het ziekenhuis moet. Ik had me deze binnenkomst wat feestelijker voorgesteld maar vooruit dan maar. Jack hebben ze “gelukkig “ niet tegen kunnen houden zodat hij zijn 200 km af kan maken. Ik heb niets van kou in mijn gezicht gevoeld maar nu ik in de bestelwagen naar het ziekenhuis rij, merk ik dat ik flink onderkoeld ben. Ik tril en klappertand als een bezetene. Dat gaat zo in het ziekenhuis nog een uurtje door tot ik opgewarmd ben. Het toedienen van een warm infuus lukt niet door mijn onderkoelde aderen. Ik ben ook nog gedehydreerd. Mijn Camelbak is maar een liter lichter geworden en dat is te weinig voor acht uur sporten. Verder kunnen ze weinig doen. Mijn neus, wangen en de helft van mijn oren zijn bevroren maar niet ernstig. De dokter denkt dat het na de vorming van blaren en vervellen wel weer goed zal komen. Vervelend is dat deze plaatsen nu voor de rest van mijn leven een zwakke plek voor bevriezing gaan vormen. Het gat in mijn scheenbeen wordt gehecht en het gebibber houdt op. Mijn gezicht is inmiddels vuurrood opgezwollen en met hamsterwangen verlaat ik het ziekenhuis.

Blik op het ijs
Op weg naar de uitgang hoor ik vanuit een zijkamertje de bekende droge brom van Jack. Hij ligt daar op twee stoelen onder dikke dekens met dezelfde verschijnselen als ik. Even later komen Kees-Jan en Jelle keurig gedoucht en aangekleed kijken hoe het met ons gaat. De ervaringen van de dag worden kruislings door elkaar gekwetterd, zo veel hebben we beleefd. Jelle blijkt halverwege bij een val zijn ribben te hebben gekneusd en heeft dit ziekenhuis dus al eerder van binnen mogen bekijken. Alleen Kees-Jan is ongeschonden uit de ijsstrijd gekomen. Hester had opgemerkt dat de Eerste Hulp al ronden voor het einde had gezien dat we bevriezingsverschijnselen hadden. Ze probeerden ons te stoppen door te roepen en te wuiven maar zo blijkt maar hoe onbekend ze zijn met het fenomeen schaatsen. Wij hielden onze blik op het ijs, voordurend bedacht op scheuren en dachten dat we werden aangemoedigd. Voor het stoppen van een schaatser die met 25 km/uur langs komt, is drastischer ingrijpen nodig. Achteraf bleek dat de temperatuur in de loop van de dag van min 10 gedaald was naar min 20. Ondanks het zonnetje! Had ik dat geweten, dan had ik wel even gestopt om een bivakmuts en een extra laagje aan te trekken. Hier ligt wel een verbeterpuntje voor de organisatie.

Verbeterd PR
Bij de avondmaaaltijd raakten we niet uitgepraat over deze memorabele dag. Ondanks de dramatische ontwikkelingen hebben we allemaal erg genoten. Zelfs Jelle die halverwege moest opgeven, was tevreden. Ik heb me zelf eigenlijk geen moment onprettig gevoeld op een paar seconden na toen de schaats in mijn been verdween. Sterven aan onderkoeling schijnt geen onaangename dood te zijn en nu ik het aanloopje daartoe heb meegemaakt, kan ik dat alleen maar bevestigen. De eindresultaten waren verrassend goed. Kees-Jan had zelfs zijn p.r. verbeterd naar 8.38.40 uur. Ondanks 30 keer klûnen zat ik met 7.58.57 uur maar zes minuten boven mijn beste tijd. Jack zat met 8.17.40 tussen ons in. Pechvogel Jelle had nog net voor zijn val de 100 km gereden in 4.13.52.
 

Bekijk ook een beeldverslag van het Norwegian Skating Festival.

 

Een geweldige schaatsweek op Zweedse meren en de Baltische zee

door Cor Conijn

We hebben een geweldige schaatsweek gehad, avontuurlijk en heel anders dan het schaatsen hier in Nederland. Onder leiding van John Savelid hebben we eerst geschaatst op een geveegde baan op het Runnmeer. In Zweden was heel veel sneeuw gevallen en daarom konden we niet schaatsen op de meren. Op het Runnmeer hadden we op de geveegde stukken glad ijs, stuifsneeuw ijs, scheuren, golvend ijs en zelfs bulten ijs (omhoog gedrukt ijs, zeker wel één meter hoger).

Daarna zijn we naar de Baltische zee gegaan en hebben daar op verschillende plaatsen ten zuiden van Stockholm geschaatst. Geweldige uitgestrekte ijsvlakten, ribbel ijs, glad ijs op de rand met het open zeewater en glad ijs op dicht gevroren scheuren.

Bergen kruiend ijs gezien en ook dunne plakken ijs die vanuit de zee het ijs op schoven. Op het ijs zijn we weinig mensen maar wel een keer een ijsbreker tegen gekomen tijdens onze tochten. Vele zwanen en ook meerdere zeearenden, die vastgevroren zwanen een makkelijke prooi hadden.

maart 2010

Toertochten in Östersund met blik op Olympische schaatssuccessen

Op 14 februari reisden we voor het eerst met 86 personen in een directe vlucht van Amsterdam naar Åre/Östersund. De helft van de gasten reisden door naar Skibestemming Åre en de andere helft bleef in Östersund voor een schaatsvakantie.



Iedereen in Östersund was bijzonder enthousiast. er waren twee toertochten georganiseerd in rondes van 25 km, met stempelkaart, koek en zopie en natuurlijk een medaille.

De eerste toertocht was woensdag 17 februari. 30 starters uit Nederland waaronder 11 voor maar liefst 200 km. 7 reden de tocht helemaal uit. De anderen bleven steken tussen de 75 km en 150 km. De dagtemperatuur was min 10 graden.

Op zaterdag was het min 20 graden en dus te koud voor een lange tocht. De meeste deelnemers hielden het bij 100 km voor gezien en verdwenen lekker in de hottub en de sauna aan het meer.



Ook de ander activiteiten in Östersund waren zeer in trek. Leuk was de huskysafari, een snelle tocht door de sneeuw. De biatlon clinic was echt heel bijzonder. Zo in het verlengde van de Olympische Spelen is het heel bijzonder om met zo'n sport in aanraking te komen. Dan zie je ook hoe moeilijk het eigenlijk is.

Overigens heeft IJsburo zelf een satellietschotel op het Clarion Hotel laten monteren en een kaart voor Ned 1,2,en 3 meegenomen naar Östersund, waardoor iedereen naar de mooie Nederlandse schaatssuccessen heeft kunnen kijken. Hierdoor ontstond nog eens een heel leuk groepsgevoel. Östersund is echt een aanrader.

Östersund 2009
een heel bijzondere en leuke ervaring


door Eveline Bremmer en Jeannette Huussen

De voorpret was al leuk, maar om nu toch echt in Zweden te kunnen schaatsen is natuurlijk nog veel leuker. Bij aankomst zondagavond laat in Östersund was het ongeveer - 12°C. Een lekker temperatuurtje om het druilerige Hollandse weer voor een week te vergeten. De volgende dag een riant ontbijt, een gezellige bijeenkomst door Martine (IJsburo). Naast het schaatsen is er veel te doen, een week is leuk, maar eigenlijk te kort.
En dan meteen het ijs op, na een warm vliegtuig en een warm bed vergeten we een beetje hoe koud het is. Met een laagje kleding te weinig aan (dom….), en met een flinke wind tegen verkennen we het ijs, ieder in zijn eigen tempo. Het hele meer is stijfbevroren, met een leuk pak sneeuw erop. De geveegde baan bestaat uit een traject in de vorm van een V, 7 kilometer de ene kant op en ruim 10 kilometer de andere kant op. En dan ben je nog niet op de helft van het meer…..als de rest ook eens geveegd zou zijn…… Het meer heet Storsjö en betekent niet voor niets ‘het Grote Meer’; het gedeelte waar de geveegde baan is uitgezet, is maar een klein gedeelte van het hele meer, na 10 kilometer ben je nog niet eens halverwege.

Gezellige winkelstraat
Het hotel ligt midden in het centrum, aan een gezellige winkelstraat. Nog geen 10 minuten lopen staan we aan de rand van het meer, weg van de stad. Genieten van het ijs en de omgeving. Het ijs is ongeveer 50 cm dik, wel wat scheuren, maar het is dan ook geen kunstijsbaan. De zon schijnt en het is -12°C, de stevige wind maakt de gevoelstemperatuur het dubbele, de uitgeademde lucht bevriest op de bivakmutsen, ijspegels vormen zich onder de sportbrillen. Tegen de wind in is het hard werken en genieten van de rust op het ijs, er zijn wel 15 schaatsers bezig, de Hollanders met de handen op de rug, de Zweden met stokken. Met de Zweedse wind mee gaat het echt snel, we komen tot de conclusie dat we voor deze 10 kilometer minder slagen nodig hebben dan Sven……..

Een dagje niet schaatsen omdat het sneeuwt en de baan niet geveegd is.
Dan maar een stevige wandeling, het begint vervelend te worden, maar alweer is het genieten om telopen in een driedimensionale kerstkaart. Allemaal witte kerstbomen. Aan de andere kant van de stad is het schietstadion, waar vorig jaar de wereldkampioenschappen biatlon gehouden werden. Vanaf uitzichttoren Arctura is er een mooi uitzicht over de stad en het meer.

Huskytocht
Een van de activiteiten is een tocht met een slee getrokken door maar liefst 10 husky’s. Er staat al 1 slee aangespannen, klaar voor vertrek. De honden blaffen van enthousiasme, ze kunnen niet wachten om te mogen vertrekken. Elke hond heeft zijn eigen plekje in de span. Op het moment van vertrek zijn de honden opeens stil. Slingerend over smalle bospaadjes gaan we met ongeveer 15 km/u. De honden zijn stil, maar wij ook, een bijzondere en koude activiteit…….
Halverwege gaat het anker uit en is er een korte pauze, voor ons koffie en intussen worden de pootjes van de honden verzorgd.
Later in de week lijkt het wel alsof de kou begint te wennen, het schaatsen gaat ook makkelijker. In het weekend zijn er wat meer mensen op het ijs, veel Zweden met schaatsen en gevaarlijk lange stokken bij zich. Bij de opstapplaats Vinterparken is het gezellig druk. Voor de kleinsten is er een winterspeeltuin, met iglo, glijbaan, sneeuwkasteel, sleetjes en een ijshockeyveldje. Op en naast het ijs branden kampvuren om gezellig bij te zitten of worst te roosteren. De Zweedse wind blaast nog steeds over het meer, maar dat kan de pret niet drukken; gewoon doorschaatsen en je wordt vanzelf warm. Je hoeft geen centimeter te klunen, alleen maar rechtdoor tegen de wind in. En terug. Maar dat gaat vanzelf.

Skischieten
Een andere wintersport-activiteit is biatlon, op z'n Zweeds 'skidskytte', letterlijk vertaald: skischieten. Een clinic wordt gegeven door niemand minder dan de sympathieke Zweed Tord Wiksten, de Olympisch bronzenmedaillewinnaar van 1992. Hier het verslag.
Die vrijdag was het weer goed, de skischoenen met bijbehorende 'schaats'-ski's pasten, de geweren lagen klaar en enthousiast als we waren werden we teruggefloten van de gevorderden baan om allereerst de beginselen van de ski-schaatstechniek op het oefenbaantje uitgelegd te krijgen.
Met slechts een paar, zeer goede, aanwijzingen verbeterde techniek en snelheid: net als bij het schaatsen moet vooral het onderlijf het doen (en niet het afzetten met de stokken)! Vervolgens kregen we de beginselen uitgelegd van het schieten. Allemaal heel veilig want het geweer lag (en bleef) op de grond en rustte op een bankje waarbij de loop niet ver naar links of rechts kon draaien. Dankzij een matje was het niet koud om op de sneeuw te liggen; de schietafstand was 50 M. Het was nu vooral de kunst om niet op een van de vijf zwarte gaten van de de buurman/vrouw te schieten. Je moest het geweer goed tegen de schouders te drukken, richten en na het uitademen schieten. Zo bij het oefenen ging het iedereen aardig af. Maar toen kwam de finale in de vorm van een wedstrijdje: drie groepjes van drie, een estafette, 250 m langlaufen en vervolgens vijf maal schieten. Elk niet geraakt schot (en dat waren er nu vaak meer!) leverde echter een (kleinere) strafronde langlaufen op en daar werd streng op toegezien! Het was even nét echt, kompleet met ratel en hop hop geroep. De winnaars kregen zelfs een 'gouden' medaille. Na afloop met elkaar geluncht boven in de uitzichttoren met blik op Östersund en meer. Een bijzondere én heel leuke ervaring mede dankzij de kalme en kundige Tord.

Mede dankzij de bergen sneeuw, in 30 jaar was er niet zoveel sneeuw gevallen, de vriendelijke zweden, de goed georganiseerde reis (veel dank aan IJsburo), de bijzondere activiteiten en, niet op zijn minst, de gezellige groep was Zweden een heel bijzondere en leuke ervaring!
Kijk
hier naar een diashow. Kijk hier voor Schaatsvereniging Woudenberg.

 

Schaatsen op het Runnmeer

door Cees van Tinteren

Hier wat impressies van het Runnmeer. Echte actie foto’s van onszelf heb ik maar weinig, maar wel wat impressies van de schitterende omgeving. Het is daar echt een ideale plaats om van je sport te genieten . In de tijd dat wij er waren was het door de weeks lekker rustig en in de weekeinde een gezellige drukte, met veel families op de schaats, maar niet zo druk dat je er als Nederlandse schaatser door gehinderd werd, al moest je natuurlijk wel uitkijken voor de prikstokken.

Falun zelf ligt op een uitstekende locatie om ook wat verderop te gaan schaatsen, Borlänge en Grangärde binnen een uurtje rijden en ook Orsa is met anderhalf uur te bereiken zoals je weet. Nu ik de goede berichten uit Orsa heb vernomen heb ik volgende keer wel weer zin om daar naar toe te gaan in combinatie met eventueel een andere plaats. Laten we hopen dat er dan ook een echte winter komt, zodat je eerst in Holland een aantal tochten kunt rijden om kilometers in de benen te krijgen.

We zijn slechts één keer in Biddinghuizen geweest om dat idee te krijgen ,dat was vlak voor de kerst toen alle bomen zo mooi berijpt waren en het windstil was. De volgende dag konden we ook nog op natuurijs schaatsen bij de Zaanse Schans, helaas had ik geen camera meegenomen omdat het maar 6 cm dik was. Toen we daar reden werden er net 2 bussen met japanners gelost en die vlogen allemaal naar de kant om ons te fotograferen ,dus nu zijn we bekend in Tokio en omstreken . Jammer genoeg hebben we daar ook maar een uurtje kunnen rijden ,want er kwamen steeds meer mensen op het ijs en op het laatst vlogen de scheuren voor je uit en zakten er ook mensen door.

 

Schaatsen in het land van de honderd achtentachtig duizend meren

door Gerard Murre

Altijd gedacht dat Finland het land van de duizend meren is? Het zijn er welgeteld 188.000. Op één daarvan hebben vijf schaatsers uit regio Haarlem op 21 februari 2009 de Finland Ice Marathon van 200 km gereden. Een onderkoeld verslag van clublid Gerard Murre.

Het is nog donker als we het hotel verlaten en op onze gladde langlaufschoenen voorzichtig door de sneeuw het talud naar het meer afglibberen. Het Kallavesimeer bij het stadje Kuopio in midden Finland verschuilt zich nog in een donkere waas als we de schaatsen onder klikken. Voorzichtig schaatsen we wat heen en weer in het startgebied. Op dit punt zijn de scheuren flink uitgetrapt maar over het algemeen zijn we zeer te spreken over de kwaliteit van het ijs. Gisteren hebben we een verkenningsrondje gereden en dat gaf zoveel vertrouwen dat ik de elleboog- en heupbeschermers in mijn tas heb laten zitten. Kniebeschermers trek ik wel aan.. Drie jaar geleden waren we hier onder minder rooskleurige omstandigheden. Het vroor meer dan 20 graden, het ijs zat vol krimpscheuren en tot overmaat van ramp ging het sneeuwen zodat ze onzichtbaar werden. Ik ben die tocht wel veertig keer gevallen. Bont en blauw kwam ik na elf uur vallen en opstaan over de finish. Een compilatie van die valpartijen was op You Tube ongetwijfeld een tophit geworden. Maar dat bestond toen nog niet en nu heeft You Tube pech want veel zal er niet worden gevallen op dit super-ijs.

Blessures
Jack en Kees-Jan, mijn maats van IJslub Haarlem dralen wat rond bij de startstreep in afwachting van het sein van vertrek. Het is onze vierde 200 km tocht samen en ik vraag me af of we deze keer een groepje kunnen vormen. Ze kampen de laatste tijd met blessures. John en Jelle voegen zich bij ons. Ik ken ze wat minder goed, ze schaatsen langzamer dan wij maar ik denk dat ze aardig aan elkaar gewaagd zijn. Het startveld bestaat slechts uit 23 mannen en één vrouw. Merendeels Hollanders en een handjevol Finnen. Het schaatsen zo als wij dat kennen leeft totaal niet in Finland. Zonder veel tierelantijntjes wordt het sein voor vertrek gegeven en de kleine meute zet zich in beweging. Niemand blijkt op kop te willen rijden. Na enkele slome kilometers neem ik de kop want mijn doel is verbetering van mijn beste tijd dus ik kan deze vertragingstactiek niet gebruiken. Jack denkt er ook zo over en kop over kop voeren we het veld enkele ronden van 12,5 km aan. Het gaat lekker en ik zie aan de rondetijden dat een verbetering van mijn persoonlijk record mogelijk is. Na een rondje of vier beginnen anderen zich aan de kop te melden. Er komen plaagstootjes van snelle jongens die het tempo korte tijd flink opjagen om daarna terug te vallen. Ik ben niet zo explosief en af en toe laat ik een gat vallen. Het wordt steeds moeilijker om het dicht te rijden.

Even stoppen
Tot overmaat van ramp krijg ik ook nog aandrang. Ik kan er niet omheen dat op mijn leeftijd (55) zich dit wat vaker voordoet dan toen ik nog een jonge kerel was. Stoppen om te plassen kost veel tijd en bij vorige tochten raakte ik hierdoor de aansluiting met de groep kwijt waardoor ik er alleen voor kwam te staan. Ik had op internet gezocht hoe anderen hier mee omgaan. Bij mannen rust hier kennelijk een taboe op want er is niets over te vinden. Behalve dan dat Jan Roelof Kruithof een keer met een catheter had gereden maar dat vond ik wel een erg bizarre oplossing. Vrouwelijke wedstrijdschaatsers zijn openhartiger en in een forum werd er flink over gekwebbeld. De meest praktische oplossing was om het maar te laten lopen. Ook dit leek me geen prettig vooruitzicht want wij mannen hebben daar iets wat wel eens in een ijspegel zou kunnen veranderen. Na vorig jaar de Camelbak te hebben geïntroduceerd in het lange afstand schaatsen, leekt het me tijd voor een nieuwe trend; de schaatsplas. Je hebt er een schaatsbroek met rits voor nodig. Verder wil ik niet te veel in detail treden maar voor wie het ook wil proberen; zoek een deel van de baan zonder pottenkijkers; even gang maken, benen wijd, bukken en de rest gaat vanzelf. Zo slaagde ik er in om aan de roep van de natuur te beantwoorden zonder veel achterstand op te lopen en na een kwart rondje sloot ik weer aan bij het peloton.

Demarrage
Na enkele uren ging de 100 km wedstrijd van start en werd de situatie onoverzichtelijk. We werden ingehaald door verschillende schaatsers en het was niet altijd duidelijk of dit een demarrage van iemand uit ons peloton was of dat het een 100 km rijder was. Er werd plotseling heel zenuwachtig gereden en de 200 km groep viel binnen een ronde totaal uiteen. Na enkele gaten te hebben dichtgereden, trok ik het niet meer en ben mijn eigen tempo gaan rijden. Mijn clubgenoten zaten ergens achter me en toen ik in wat rustiger vaarwater kwam en omkeek zag ze niet meer. Ik was samen met twee Finnen. De ene klein en gedrongen de ander van normale proporties. We hadden nog zo’n 120 km voor de boeg en samenwerken ligt dan voor de hand. Daar hadden ze echter geen kaas van gegeten. De kleine Fin nam nauwelijks de kop over en de andere Fin deed erg zijn best om me af te schudden. Op het lange stuk met de wind schuin van voren reed hij aan de lijzijde van de baan zodat ik niet uit de wind kon rijden en samen probeerden ze met tussensprintjes weg te komen. Ik heb niet zo’n versnelling in huis maar kon door consistent doordieselen toch steeds weer terugkomen.

Krentebollen
Ze verloren hun voorsprong vaak bij de ravitaillering waar ik dank zij mijn Camelbak en voorraad krentenbollen geen gebruik van hoefde te maken en ook dank zij hun conventionele plaspauze waar ik de eerder beschreven exhibitionistische oplossing op had gevonden. Erg spraakzaam waren ze ook al niet. De kleine informeerde nog naar mijn leeftijd. Vermoedelijk is 200 km schaatsen geen routineuze bezigheid voor Finse vijftigers. Op een gegeven moment legden ze zich neer bij deze oude luis in hun pels en ontstond er iets wat in de verte wel iets weg had van samenwerking. Na zo’n 150 km begint het frisse en fruitige er wat af te raken. Je benen gaan pijn doen, je voelt je rug, je begint te twijfelen waar je eigenlijk mee bezig bent en gaat spelen met de gedachte om te stoppen. Want waarom zou je zo afzien? Wat win je daar mee? Het duivelse stemmetje in je hoofd is een groter vijand dan de pijn in je benen of de scheuren in het ijs. Je moet het maar laten raaskallen en onverstoorbaar doorgaan, als een machine.

Langlaufschaatsen
Het werd druk op de baan. De 50 km tocht ging van start en deze afstand is kennelijk goed te overzien voor Finnen want een horde ongeregeld stortte zich op het ijs. Velen op ijshockeyschaatsen en met langlaufstokken. Ze schaatsen alsof ze langlaufen. Daar moet je met een grote boog omheen want de stokken flitsen om je oren. Mijn vriendin Hester zou daar ook aan mee doen en ik werd lichtelijk ongerust toen ik haar maar niet in beeld kreeg. Later zou blijken dat ze door een hernia-aanval niet gestart was. Tegen het eind van de voorlaatste ronde sprintten de twee Finnen plotseling als gekken bij me weg. Had ik verkeerd geteld of zij? Gezien de tijd kon het niet anders of er was nog een ronde te gaan. Ze verdienden het niet maar ik besloot toch maar even te stoppen en ze er op te wijzen. Ze hadden echter nauwelijks aandacht voor me, zo druk waren ze in discussie en toen ze me niet bleken te geloven ben ik maar schouderophalend doorgereden. Na een halve ronde sloot de lange Fin achter me aan. “You were right” stamelde hij. Op dat moment werden we voorbij gereden door een treintje van vier kruisingen tussen een schaatser en een langlaufer. Driftig met hun stokken prikkend stoven ze langs. Het was mijn eer te na om me door deze, door Hollandse oogharen bezien, halve schaatsgaren te laten inhalen. Ik sprak de laatste reserves aan die tot mijn verbazing nog ruim voorhanden waren en reed het gat dicht. Tot inhalen kwam het niet want enerzijds molenwiekten ze vervaarlijk met hun stokken en anderzijds vond ik dat wel een geldig excuus om te verhullen dat ik daar eigenlijk niet meer toe in staat was. Dank zij deze vreemde vogels werd de laatste halve ronde in hoog tempo afgeraffeld. De Fin achter me hield stand en tegen deze jonge kerel sprinten was onbegonnen werk. Vlak voor de finish reed hij me voorbij. Geen handje of schouderklop kon er af. Ik heb hem niet meer gezien. Koele kikkers die Finnen. Gelukkig zijn ze beter in Nokia’s maken. Later bleek dat de kleine Fin de wedstrijd niet heeft uitgereden.

Binnen de acht uur
Mijn eindtijd was 7.56 uur Voor het eerst onder de acht uur en trots als een aap at ik wat bananen die de mensen van de ravitaillering daar met vooruitziende blik voor hadden neergelegd. Het zonnetje scheen en was het gezellig in het haventje bij de aankomst. Ik wachtte op mijn maats. Jelle en John had ik twee keer ingehaald en Kees-Jan had ik ook gezien. Maar Jack niet dus die kon vlak achter me zitten. Nat van het zweet als ik was, koelde ik echter snel af en het leek me beter om de warmte van het hotel op te zoeken. Daar hoorde ik van Hesters rugpijn en na een snelle douche en schone kleren, liepen we beiden al strompelend van spier- respectievelijk rugpijn terug naar het ijs. Onderweg kwamen we Kees-Jan tegen. Hij had het gehaald in 9.08 uur. Het duurde lang genoeg om verkleumd te raken totdat John en Jelle arriveerden in een tijd van 9.53 uur. Jelle had een moeilijk moment gehad en gedacht aan opgeven maar John had hem er doorheen gepraat. Jack kwam er ook aan. Hij had al gedoucht en kwam kijken waar zijn maats bleven maar meer nog ging zijn aandacht uit naar de forse braadworsten waarvan de geur de eetlust niet onberoerd liet. 8.28 uur had hij er over gedaan.

Fins bier
Onnodig te zeggen dat we die avond de ijsgoden hebben geëerd door het offeren van grote glazen Fins bier. Althans we hebben ze tot hunner eer maar zelf opgedronken. Hernia noopte ons om in het hotel te blijven. De schaatsmakkers gingen naar de prijsuitreiking in het stadhuis van Kuopio. Ik verwachtte voor mijn zevende plaats geen lauwerkrans en een bronzen medaille voor de derde Nederlander zat er ook niet in. Maar een elfsteden afstand rijden binnen de acht uur is voor mij de mooist denkbare beloning!

Lees hier meer op de site van Kuopio zelf

Kijk hieronder voor andere bijdragen van Gerard Murre.
 

Kiliometers maken in een Fins natuurgebied
 

door Wim Derks, Middelie

Jeugdschaatsers, die hun examen op het meer hebben afgelegd.

De baan bij Oravi was steeds goed schoon, op een dag na. Toen was er sóchtends geveegd, en later begon het weer te sneeuwen. Door veel deelnemers aan de reis zijn vele kilometers gemaakt, zowel op noren en klapschaatsen. De langste afstand die op een dag is gereden was net boven de 100 km. Een deelnemer heeft totaal 440 km gereden. Velen hebben echt genoten. De aanbieder van de schaatslocatie, Saimaa holiday biedt naast het schaatsen meer mogelijkhede, zoals langlaufen sneeuwschoenlopen, wakvissen skedsleeen en nordic skating. Daardoor leek de week wel erg kort. Ook de barbequeplaatsen. kampvuurplaatsen ewerden erg goed gebruikt. Deze waren ook beter geutileerd als in Falun. Bijvoorbeeld een bakplaat en roosters voor een barbeque, ketels voor thee (met water uit sneeuw) maakt het erg gezellig. (Ik heb het volgende voedsel bereid zien worden. (worst, piza's, hamburgers, lasagne, vis, vissticks, per ongeluk wraps, pannekoeken) Ikzelf heb ongeveer 330 km gereden. 4 dagen mooi zonning weer gehad en de andere dagen bewolkt/lichte sneeuw. Door de verschillende lichtinvallen erg leuke foto's kunnen maken. De lokale bevolking was ook erg enthousiast en behulpzaam. Oravi is een aanrader, maar misschien hebben we veel geluk gehad. De huisje in Oravi waren van topkwaliteit. Met ingebouwde sauna en alle voorzieningen een echte vakantiegevoel kunnen krijgen. De week was te kort.

Kijk hier voor een fotoverslag.

Lekker schaatsen op het Runnmeer

door Tom Greuter, Middelie

In 2007 zijn we met de ijsclub naar Zweden geweest en toen was ik nog maar 6 jaar en ik kon nog niet schaatsen. Voor de plek waar we overnachtten was een ijsbaantje en daar heb ik leren schaatsen. Eerst stond ik met mijn schaatsen naar binnen toe, en mijn moeder kwam op het idee om met een stoel te gaan schaatsen, en toen ging mijn moeder een stoel voor me halen. En ik wilde het eerst niet, maar ik ging naar me moeder en vroeg voor de stoel. En het ging al gelijk beter, en ik ging steeds beter op mijn schaatsen staan. En twee dagen later stond ik al goed op mijn schaatsen. En toen kon ik lekker weer met mijn vader en moeder schaatsen.op het Runn-Meer.

Op het eind van de week schaatste ik al de 3,8 kilometer route met mijn vader, moeder, broer en zus. Nu rij ik op de 400 meterbaan ongeveer 22 rondjes in een uur. Met het jeugdschaatsseizoen 2007- 2008 had ik een B diploma. En nu schaats ik als een trein.

In 2008 ben ik met mijn vader, moeder, broer en zus in Zweden geweest. Weer naar Falun, waar we goed konden schaatsen op het Runn-meer. Toen schaatste ik wel paar keer op een dag de 8 kilometer route. In 2009 gaan we met de ijsclub naar Finland. Ik hoop dat we weer heel veel kunnen schaatsen.

 

Een onvergetelijke Hollandse week in Östersund

door Jan Veldt

 

De laatste week van Februari stond in het teken van de Hollandse week. Twee toertochten tot 200 km, en een schaatsclinic met Thomas Gustafson en de dames van het Östersund marathon team Ook was er een clinic biatlon met voormalig olympisch kampioen Tord Wiksten. Dit schaatsavontuur van IJsburo NL trok me wel en samen met broer Ton vlogen we naar Zweden. Al ‘s middags stonden we op het ijs. De baan was nog niet geheel geveegd zodat onze schaatssporen een mooi kunstwerk achter lieten in een maagdelijk wit sneeuwtapijt.
De volgende dag, zondag, was een echte gezinsdag, veel gezinnen waren op het ijs.
Het leek wel een pretpark er werden worsten en broodjes geroosterd op de permanente barbecues, kinderen speelden in het sneeuwkasteel, ook het ijshockeybaantje werd goed gebruikt. Kinderen in sleetjes en kinderwagens toerden met hun ouders over de baan sommige tot het eindpunt. Op deze winderige dag trokken wij ook de schaatsen aan. Het was wel uitkijken voor de traditionele zweedse schaatsers met hun lange ijzers en schaatsstokken
Wat konden wij genieten op het mooie stuk ijs voor de wind, en vooral dat speciale geluid van onze ijzers dat en gesprek aan ging met het ijs. Dinsdag was een uitgelezen dag mooie zonnige dag met weinig wind. Gezellig met een hele groep lekker schaatsen. Thomas Gustafson en het dames marathonteam Östersund gaven wat tips. De beste tip kwam later op de dag, laat je noren thuis. De zweedse schaats of de Salamon waar Ton en ik op reden gaan gemakkelijker over de hobbels en de scheuren heen. Na deze clinic met iedereen tijdens een lunch lekker nagepraat.

Klaar voor de start
Wij waren klaar om te starten voor de 200 km. Terwijl de sneeuwvlokken om ons heen dwarrelden liepen we naar de start waar we te horen kregen dat de baan door sneeuwval nog niet te berijden was. Een uur later konden we toch starten en wel met 6 man (Hollanders) het was bijna een op een pers en rijder, de KNSB, de Telegraaf, Fred Geers (Nordicskatingcenter/SchaatsMarathon) en de plaatselijke krant. Na 3 km reden we gebroederlijk onze eigen koers tegen de elementen: scheuren, wind en sneeuw. “Dit is echt natuurijs” met een heel mooi decor dat vaak veranderde door het mooie wolkenspel en de zon die zich af en toe liet zien. Het parcours had de vorm van een P met op het 13 km punt een stempel\verzorgingspost. Deze post had net als op het startpunt een grote barbecue warme bessensap, chocomel, brood en bananen. Na 9 ronden van bijna 23 km. kwamen we samen als enige over de streep. Hier werden we opgevangen door het hele Östersund marathonteam en Heleen en Martine van het IJsburo. Jammer genoeg moesten de andere 4 eerder afhaken, één door materiaal pech en één door een blessure tijdens een val, voor de andere 2 was het te vroeg donker. Naast deze afstand werd er een uur na onze start nog 45 personen weg geschoten voor de overige afstanden vanaf 23 km. Ieder genoot op zijn eigen manier.

Jägermeister party
Tegen de avond waren alle deelnemers weer gezellig bij elkaar op de Jägermeister party, hier werd aan het meer een sauna genomen met daarna een opfrisser in het wak. Doris Neelen uit Assendelft waagde zich als eerste kopje onder. Daarna lekker baden in de Hot tub( warme tobbe), aan het meer waar we de Jägermeister goed lieten smaken. Daarna nog een pres skaten waar we afscheid namen van het Östersund schaatsteam. De volgende dag een hele andere discipline een biatlon clinic. Na het oefenen met de langlauflatten en het schieten, werd er een wedstrijd georganiseerd in teamverband. 6 teams van 3 personen moesten strijden om de eer. Vanaf het moment dat we onze startnummers kregen werd iedereen ineens fanatiek tot grote vreugde van de organisatie. Deze bijzondere ervaring werd afgesloten met een lunch in de Arctura-toren waar we op 65 meter hoogte genoten van een mooi uitzicht. Omdat het helder mooi weer was keek je bijna tot Noorwegen.

Weer 200 km
Vrijdag de koudste dag, deden we rustig aan. Met 10 graden onder nul liepen we naar het ijs, waar mensen met kettingzagen een groot wak in het meer maakten. Dit was voor de gymles van de school. Kinderen moesten met kleren aan, met hun reddingsprikkers na eerst een moeilijke vraag te hebben beantwoord zich uit het wak redden. ’s Middags onze langlaufspieren weer omzetten in schaatsspieren, om ons weer klaar te stomen voor de 200 km die de volgende morgen op het programma stond. Met nu 8 deelnemers klonk om 7 uur een bescheiden klank uit het plastic startpistool. Het was toch weer anders dan woensdag. Nu moest wel de sneeuwbril op en de weer stevige wind kwam geheel van de andere kant. Opvallend was dat het eerste stuk van het ijs zeer stroef was. Halverwege de tocht werd het druk op het ijs. Niet alleen toerrijders op de overige afstanden, maar ook veel gezinnen trokken erop uit. Het was goed uitkijken dat je niet gespiest werd aan een der stokken van de traditionele schaatsers uit Zweden. Ruim 8 uur later, iets sneller dan woensdag waren we weer de enige die de finish haalde. Iedereen kon toch terug zien op weer een geslaagde tocht, de veel verwachtte sneeuw bleef uit, wel waren er meer valpartijen. Ook bij ons, maar ongelukken bleven gelukkig uit.

De laatste dag nog even naar het meer, waar we al vroeg de geur van smeulend hout en gebraden worsten roken. Het was promotie dag voor de hondenslee sport. Zodra de honden voor de slee werden gespannen, jankte ze van ongeduld. En voor mij was dit het laatste rondje op het meer. Het voelde als een ererondje op die slee na een schitterende week georganiseerd door IJsburo NL.
Met ruim 650km en een mooie herinneringstulp van de fam. Neelen konden Ton en ik tevreden op het vliegtuig stappen.

Vliegen over het ijs van Orsa

door Liset van Dommelen

Sinds een jaar of vijf, trekken wij met ons gezin in de winter naar Zweden. Meestal eind december begin januari, afgelopen week voor het eerst in februari. Het Orsa en Siljanmeer zonder geveegde banen en Orsa Gronklitt en Mora zijn plekken waar ik vaker het ijs op ben geweest de afgelopen jaren.Dit jaar wilden we de geveegde baan in Orsa gaan proberen. Wij verbleven zelf in Salen By, ruim 1.40 uur rijden van het Orsameer. De toeristenbureaus van Sälen en Orsa geven geen goed beeld van de conditie van het ijs. Op donderdag 28 maart hakten we de knoop daarom zelf maar door en zijn naar Orsa gereden.

Ik vind het iedere keer weer een belevenis om op zo'n imposante ijsvlakte te staan. Het weer en de ijsconditie is iedere keer weer zo wisselend, alleen maar hard rijden is niet iets wat boven aan je lijstje moet staan. Daarbij heb je tijd nodig om feeling te krijgen met de conditie van het ijs. En die verschilt soms per traject of per meter.

Afgelopen donderdag kwamen we niet verder als 10 km per uur. En schaatsten maar een deel van de baan, omdat we anders niet op tijd terug zouden zijn om de kinderen op te halen van de skipiste in Lindvallen. In mijn korte filmpje "Winter in Sweden 2008" op www.youtube.com zie je op 3/4 van de film een stuk van het meer en de baan, en 3 fragmenten van het ijs , gevolgd door een fraaie krater in het ijs. Zelfs al doe ik af en toe vreemde slagen en huppel pasjes met mijn schaatsen om op de been te blijven. Na drie maanden rondjes rijden op de kunstijsbaan in Den Haag heb ik het gevoel te vliegen!

Klik hier om het filmpje te zien.

Orsa 200 K 2008:
voor de vijfde keer, maar opnieuw een unieke ervaring


door Gerrit Wildenbeest

Toen ik een paar jaar geleden alle vertrouwen verloor in een echte Hollandse winter, zat er niets anders op dan elders voor schaatsplezier te gaan kijken. Ja, er was natuurlijk de Weissensee, maar dat trok mij niet. Te veel massatoerisme voor een rust- en natuurzoeker als ik nu eenmaal ben. Al surfend kwam ik via deze onvolprezen site terecht bij het Zweedse Orsa. Daar, op het Orsameer of Orsasjõn vond in 2004 een primeur plaats: er werd de eerste Zweedse 200 kilometer toer- en wedstrijdtocht georganiseerd. Die klassieke afstand een keertje schaatsen leek mij wel wat.

Zo bond ik in februari 2004 voor de eerste keer mijn schaatsen onder op dit 20 kilometer lange en 10 kilometer brede meer in de Midden-Zweedse provincie Dalarna, zo’n 350 kilometer ten noordwesten van Stockholm. Sindsdien is het mijn vaste wintersportplek geworden. Vorig week was ik er voor de vijfde keer. In 2004 moest ik als onervaren rijder nog na 135 kilometers opgeven; ondertussen heb ik drie van de vijf tochten uitgereden met als snelste tijd de 8 uur 36 van 2005. Dit jaar volbracht ik de tocht in 10 uur en 7 minuten. Voor wie de 200 kilometer te ver is, wordt er op dezelfde dag ook een 100 en 50 kilometer tocht georganiseerd.

Wedstrijd en toertocht tegelijk
Heel apart aan de Orsa 200K is dat de wedstrijd- en toertocht tegelijk plaatsvinden. Dat tekent de informele sfeer. De organisatie, met de Nederlandse Zweed of Zweedse Nederlander Joep Meens als aimabele draaischijf, kent menige deelnemer persoonlijk. Oké, als de toeloop plotseling heel groot wordt door een onverwachte gebeurtenis als de komst van Bart Veldkamps Kenianen in 2007 stelt dat de spankracht van de organisatie fors op de proef. Maar men leert snel, zo bleek uit mijn ervaringen dit jaar. De baan, 36 kilometer het meer rond, was perfect verzorgd en men had zelfs de weergoden weten te verleiden tot een week lang prachtig weer.

De weg naar het ijs bij Orsa Hotel

Ontspannen schaatsvakantie
Schaatsen op het Orsameer is mijn geheimtip voor een ontspannen schaatsvakantie in een fantastische omgeving met gelijkgestemde, altijd gezellige andere schaatsliefhebbers. Bij een stralende winterzon glijden over een eindeloos meer met hallucinerende vergezichten, het is mijn ultieme vorm van genot. Maar ik moet oppassen niet teveel promotie te maken. Stel, het wordt net zo’n kermis als in Oostenrijk. Anderzijds: de organisatie verdient een groter publiek, op het meer is ruimte genoeg voor een extra contingent schaatsers. Keuze uit accommodatie is er genoeg. Mijn favoriete onderkomen is het Kungshaga hotel tussen Orsa en Mora, geleid door Joachim en Sophia Diefke. De vijfhonderd meter naar het ijs is lopend af te leggen, de keuken is perfect en in de lounge is de nazit altijd gezellig. Maar ook Backa Herrgard aan de overkant van het meer biedt een goed onderkomen evenals diverse hotels in Mora.

Stuga aan het ijs: goedkoop en aantrekkelijk
Het dichtst bij het ijs liggen de stuga’s van Camping Orsa. Met een man-vrouw of vijf in zo’n huisje, zelf je kostje koken en je bent nauwelijks duurder uit dan een week in je eigen Hollandse huis-met-hypotheek. Als je het goed uitkient hoeft Zweden nauwelijks duurder te zijn dan de Weissensee. Naarmate er meer Nederlanders het Zweedse ijs opzoeken, wordt het aantal tips over reis- en overnachtingsmogelijkheden groter. Prijsvechters als German Wings, Ryan Air en bieden retourvliegtickets aan voor ver onder de honderd euro. Voor de 300 kilometer van de Stockholmse vliegvelden Skavsta en Arlanda naar Orsa kun je kiezen voor verschillende opties. De trein is comfortabel en goedkoop, zeker als je de tickets op tijd bestelt. Een auto huren met een paar mensen is nauwelijks duurder en biedt je meer flexibiliteit. Dat geeft je ook de mogelijkheid om verschillende schaatsplekken te combineren, zoals het Runnmeer/Falun/Borlänge, Orsa en de – dit jaar helaas niet verreden - Vikingrännet.

De Weissensee voorbij
Een geheel verzorgde reis via de op Zweden gespecialiseerde reisorganisatie Almgrens is uiteraard ook een goede optie. Dit jaar ontmoette ik twee Nederlanders die na de Weissensee direct naar Orsa waren gekomen. Ze waren helemaal ondersteboven van het Zweedse ijs. “Dit is veel mooier. Wat een baan, wat een rust. De Weissensee is voor ons voorbij”.

Hoteleigenaren Sofia en Joachim Diefke
bij het ijs
Een blik vanuit de tent op het ijs

 

Mailen met Gerrit? Dit is zijn e-mail: wildenbeest@hetnet.nl:
Bekijk
hier de foto's van Björn Hagelby

Op zoek naar schaatsijs in een onstuimige Zweedse winter

door Dick van Egmond en Theo Snoek, Abcoude 2008

Een groepje Nederlandse schaatsers had het plan opgevat in Zweden te gaan schaatsen. De ogen waren gericht op een hotel en gebied in Björkfors in Midden-Zweden. Maar door de lastige ijssituatie en de onzekere weersverwachting ging het groepje met de informatie van Nordic Skating Center zelf op zoek. Het werd een reis langs verschillende locaties. Theo Snoek legde zijn ervaringen vast in woord en beeld: een impressie van het Zweedse ijs in de winter van 2008.

IJs genoeg in Zweden, maar nu de sneeuw nog weg......

Gelukt!

Voor ons vertrek had ik via de site de weersverwachtingen in de gaten gehouden en gezien dat op deze vakantiebestemming geen ijs lag. Ons vakantieplan is toen aangepast. We zijn wel met de al gereserveerde vlucht naar Stockholm (Skavsta) gevlogen en hebben daar een auto gehuurd. Die avond zijn we naar Grangärde gereden en overnacht bij Lina en Laurent Witteveen. De duur van rit viel enigzins tegen maar pas later kreeg ik in de gaten dat we niet vanuit Stockholm maar een km of 80 eronder vanuit Nyköping weggereden waren. Bij Lina en Laurent ontzettend genoten van dit mooie stijlvolle hotel.

Schaatshotel aan het Bymeer, Grangärde Hotel & Konferens

Grangärde Hotel: ijs voor de deur: ideaal Orsasjö: eindeloos schaatsen

 

Langlauftraining op z'n Zweeds
De volgende dag geschaatst op het meer. Helaas was net de Jernrännet verplaatst naar 23 februari. Het ijs was niet top maar er was wel een baan geveegd door twee oude mannetjes in 4-wheel drive. ‘s Middags in de buurt gelanglaufd. Dat hadden we nog nooit eerder gedaan. Het was een grappige ervaring, vooral na de instructie van een supersportieve Zweed die zich het apezuur aan het trainen was voor de Vasaloppet. Als wij er 1 rondje van 5 km op hadden kwam hij al weer voor de tweede keer door. En wij zijn toch niet geheel onsportief. Die avond voortreffelijk gegeten bij Laurent; onze “Zweedse” kok. Nog flink nagebabbeld over het hotel en alle zaken die er bij komen kijken.

IJzingwekkend, maar waar schaatsen we?

Huurauto: lekker flexibel en snel bij het ijs Sneeuw genoeg


Orsasjö: superijs
Zondagochtend vertrokken richting Kungshaga in Orsa. Was wel even wennen na de sfeervolle ambiance van ons eerste hotel. Ze hadden de week ervoor 54 schaatsers uit Alkmaar gehad en waren nog niet geheel hersteld. ‘s middags ons eerste rondje gemaakt op het meer. Superijs. Het had wel een beetje gesneewd en we waren enigzins de weg kwijtgeraakt. In verte zagen de we de sneeuwschuiver en zijn daar maar naar toe gereden. Er zat echter een flink stuk kistenwerk tussen zodat we daar niet bij konden komen. Er kwam al gauw een auto aan scheuren en Joep Meens stapte uit. Ik had ‘m telefonisch al een keer geproken over het regelen van gids. Hij vertelde ons dat hij onderwijzer in Orsa was en belast met de organisatie van de baan. Naast het vegen van de schaatsbaan werd er ook een baan geschoven voor het testen van autobanden. Ze scheuren dan lekker met auto’s over het ijs heen om de banden met van die spikes (zaten ook op onze huurauto) te testen.


Hotel Kungshaga vlakbij de Orsasjö

‘s avonds hebben we met twee belgen nagebabbeld in het hotel. Ze hadden in Antwerpen een prutsbaantje van 200 meter en vinden schaatsen leuk en gingen dus op schaats/winter vakantie. Toch knap moedig van ze want ze konden duidelijk nog wat lesjes gebruiken. Maandag de grote ronde op het meer gemaakt en ergens even een bakkie doen was er niet bij. We hoorden later dat we in Orsa in de plaatselijke bowlingbaan moesten zijn. ‘s avonds gingen we poolbiljarten met diner en sauna er achteraan. Dinsdagochtend hebben we nog een eenmaal de grote ronde gemaakt.

Het toppunt van geduld: ijsvissen, maar wel resultaat....

Superhotel in Stockholm
In de middag zijn we richting Stockholm vertrokken. Het was erg moeilijk om een hotel te krijgen maar tijdens het eten in een heel gezellig itialiaans restaurant werd met hulp van de hele italiaans/zweedse familie de hotels afgebeld en nog flink onderhandeld. We hadden uiteindelijk een superhotel. Die avond zijn we nog even de stad in gegaan. Het hoogtepunt was wel het hardrock karaoke café. Van die hele stoere tattoo boys die al grungend van een monitortje teksten als whaauuuuwh, rhaaauuuwh uitkramen.

Woensdagochtend hebben we nog even door Stockholm gelopen. Het was echt vies regenachtig weer; we namen een kijkje in het Vasa museum. ‘s Middags zijn we naar naar de luchthaven Skavsta (een uurtje onder Stockholm) gereden en weer naar huis. Al met al een hele belevenis en ik heb een goede indruk van de Zweden en het Zweedse schaatsen gekregen.

Reageren op deze bijdrage kan direct bij: theo@pier19.nl

Falun, een goed alternatief

door Jan Overtoom

Een geveegde baan in Falun: ruim baan voor de schaatsliefhebber. Jan Overtoom testte het ijs en stuurde zijn ervaringen.

Ook dit jaar (2007) boekten wij een "Short Skate Break" als schaatsreis van 4 dagen naar Zweden-Stockholm bij "Almgrens Travel". Dit keer niet vanaf Rotterdam of Schiphol maar vanaf Weeze (Duitsland) met "Ryanair" naar Stockholm (Skavsta).
Helaas was het ijs bij Stockholm in het eerste weekend van februarie nog te dun en werden wij overgeboekt naar Falun (Runn meer). Het bleek een verrassing door de ongekende ruimte ipv. een 5, 10 of 15 km. baan zoals bij Grangarde (By meer) of Sollentuna (Norvikken meer) vonden wij daar zo'n 30 km. goed berijdbare geveegde banen, normaal claimt men over zo'n 50 km. geveegde baan te beschikken. Iedere dag, ook zondag's, zijn zo'n 5 man bezig het ijs te prepareren met zowel tractoren en trikes als schuiver of veger.

Framby Udde
Het onderkomen met 2 personen in een 6 persoons "Stuga" van "Framby Udde" direkt aan het ijs was riant. Wel misten wij de sauna voor de avonduren maar er wel was er een "Badtunna" maar daar moest extra voor betaald worden.
Ook ontmoeten wij daar andere Nederlanders die door het aflasten van de "Weissensee" hierheen gekomen waren. Het bijbehorende restaurant van "Framby Udde" voor alle maaltijden ontbijt, lunch en diner was prima. Mocht je afstanden willen rijden dan gaat het restaurant te laat open voor het ontbijt (om 09.00 uur), maar dat is op te lossen met een onbijt- of lunchpakket (voor de lunchtijd van 12.00 tot 14.00 uur). Wij schaatsten iedere dag zo'n 60 a 70 km., de temperatuur net boven het vriespunt met overwegend zonnig weer. Het was weer fantastisch.

Op het Runnmeer kan je diverse kanten op.

Klûnen tegen de Kenianen

door Gerard Murre, Haarlem

 

Drie leden van ijsclub Haarlem waren op ijsontdekkingsreis in de binnenlanden van Zweden waar ze het bleken te moeten opnemen tegen een horde klûnende Kenianen onder leiding van tv-coryfee en schaatsbelg Bart Veldkamp. Vorig jaar ondernamen Kees-Jan, Bert en Gerard een heldhaftige, maar voor twee van hen vergeefse poging om een 200 km-tocht te volbrengen in het Finse Kuopio. Op 17 februari 2007 was het tijd voor de revanche; de 200 km van Orsa in Midden Zweden.

Waren we in Finland vrijwel de enige Nederlanders, in Orsa kwamen we terecht in een hotel vol Hollandse schaatsfanaten. De Weissenseetocht was niet doorgegaan en een aantal ijsverslaafden week uit naar het koude noorden. Zo verschenen er tachtig kaaskoppen aan de start, een verdwaalde Zweed en vier exotische verschijningen. Het niet doorgaan van de Weissensee gooide roet in het eten van Bart Veldkamp en zijn Keniaanse protégés. Bart had deze atleten in zes weken klaargestoomd voor een Talpa melodrama dat zijn apotheose moest vinden op het Oostenrijkse bergmeer. Dat werd dus uiteindelijk de tocht waar wij ook aan deelnamen. Dat legde de lat voor ons een treedje hoger want je wilt met veertig jaar schaatservaring natuurlijk niet onder doen voor jonge broekies die tot voor twee maanden nog nooit een schaats hadden aangeraakt. We hebben het geweten!

Start in het donker
Om zeven uur ’s ochtends stonden we in het donker paraat tussen de vrolijk doch nerveus kwebbelende overige deelnemers. We hadden geleerd van onze fouten in Finland en stonden op Zweedse klûnschaatsen en met knie-en elleboogbeschermers te wachten op wat komen zou. Vooraan stond de nog immer fanatieke zeventig jaar oude Jan Roelof Kruithof, in de zeventiger en tachtiger jaren onverslaanbaar in alternatieve elfstedentochten. Terwijl de echo van het startschot wegstierf tussen de heuvels zette de meute zich zwijgend en krassend in beweging. Er was een rondje geveegd van 10 km. Minder dan de 30 uit de folder maar de veegmachine was enkele dagen voor de tocht door het ijs gezakt. Er stond een stief tegenwindje op het eerste stuk, het vroor licht en het ijs kon worden ingedeeld in 50% goed, 40% slecht en 10 % belabberd. Het slechtste stuk bestond uit over elkaar geschoven en daarna vastgevroren schotsen waar normaal schaatsen onmogelijk was.

Kop overnemen
Ik ging rustig in de achterhoede van start maar halverwege de eerste ronde vond ik het tempo wel erg laag ondanks de rugwind. Ik ging poolshoogte nemen naar de kop van de groep en ja hoor, dacht ik het niet! De “stoere” kerels hingen in een lint achter een frèle dame aan. Ik besloot als teken van goede opvoeding de kop over te nemen en schaatste frank en vrolijk tot het keerpunt waar ik merkte dat ik inmiddels honderden meters voor de groep uit reed. In de verte zag ik een groep voor me op onbereikbare afstand. Ik stond er alleen voor. Zo’n 120 km reed ik alleen met als enige aanspraak mijn clubgenoten die ik halverwege op een ronde zette en mijn vriendin Hester die de vijftig km tocht reed en die ik een paar keer inhaalde. Toen de man op de tweede plaats me op een ronde zette, kon ik aanklampen en reden we kop over kop een ronde tot ik hem bij de ravitaillering kwijtraakte. In ronde vijftien hoorde ik de speaker zeggen dat ik achtste lag. Dat was veel beter dan ik dacht en met nieuwe moed begon ik aan het tegenwindse stuk waar ik prompt werd voorbijgereden door Kenia, Bart Veldkamp, Kruithof en nog twee schaatsers. Ik ging binnen een minuut van plaats 8 naar plaats 16!

Weg van de groep Talpa
Dat kon ik natuurlijk niet laten gebeuren en samen met een Brabander die op plaats drie bleek te liggen demarreerde ik op het slechte stuk weg van de groep Talpa. We werkten goed samen en bouwden een voorsprong op maar hij raakte er na een paar ronden aardig doorheen en riep steeds dat ik langzamer moest rijden. Dat vond ik wel een beetje vreemd maar als geboren altruïst kon ik daar geen nee tegen zeggen. Dat had het nadeel dat het groepje met de ronkende camera-sneeuwscooters van Talpa gevaarlijk dichtbij kwam. Één ronde voor het eind finishte mijn metgezel en stond ik er weer alleen voor. Het zwarte gevaar was inmiddels dicht genaderd en het leek me onverstandig om het met tegenwind tegen een groep van vijf op te nemen dus ik liet me inlopen. Bart Veldkamp kwam als eerste voorbij terwijl hij één van zijn pupillen voortduwde en de anderen uit de wind hield. Ik sloot aan maar toen op het slechte stuk het tempo vertraagde en één van de Kenianen viel, besloot ik er vandoor te gaan. Maar wat nog niet eerder was gebeurd, even verder viel ik ook. En weer was ik samen met de tv-persoonlijkheden. Ik besloot te wachten tot de laatste kilometers waar goed ijs lag en de wind mee stond. Ik wist dat ik daar aardig tempo kon maken. Op het goede ijs aangekomen spurtte ik weg maar achter een eiland stuitte ik op een groepje dat breeduit de baan versperde. Ik probeerde met het bekende “hoger, hoger” ruimte te krijgen. Het bleek dat Kees-Jan en Bert in deze groep zaten en een praatje met me te willen beginnen, maar geheel tegen mijn aard slalomde ik stoïcijns de groep door en zette een laatste sprint in die me met honderd meter voorsprong vóór de Kenianen over de finish bracht.

Hester stond met open armen te wachten en meestal ben ik blij haar te zien, maar nooit eerder zo blij! Na de nodige knuffels en kusjes van Hester en Ilonka en een fotosessie met Bart en de eerste 200 km schaats-Kenianen ter wereld volgde het echte afzien: met mijn bezwete lijf een uur in de kou wachten op mijn schaatsvrienden.

Ik zat op het laatst dermate te klappertanden dat mijn verpleegkundige vriendin voor onderkoeling vreesde. Gelukkig kwamen mijn makkers binnen voordat de dood mij had aangeraakt en door het geknuffel en de vreugdedansjes kwam mijn bloedsomloop weer een beetje op gang. We hadden het gehaald! En overleefd!

 

Orsa200K: schaatsen tussen de Kenianen
door Dirk de Groot, Baambrugge

Een bijzondere belevenis op het Orsameer

Om zeven uur in de ochtend van 17 februari stonden vijfenzestig fanatieke schaatsers klaar voor het vertrek van de 200 kilometer van de Orsa 200K . Na een korte nachtrust die morgen met een autorit van ruim 50 kilometer vanaf Johannisholm was het dan eindelijk zover. Schaatsen scherp, blik op oneindig. Klokslag zeven uur op tocht met andere de rijders, veelal op Zweedse schaatsen. Met een krachtige zuidenwind in het gezicht en na circa 4 kilometer een geweldig stuk slecht ijs ging de eerste ronde van 10 km. 's Nachts had de organisatie van de Orsa 200K de zes kilometer lange baan nog met vier kilometer verlengd. Toen de temperatuur in de loop van de morgen boven het vriespunt kwam reden de schaatsers op het bijgeschoven traject het sneeuwijs stuk. In dat deel van de ronde zaten bovendien nog een aantal stukken hobbelige grondijs. Op deze vier kilometer zag ik menig schaatser vallen, zelf kwam ik daar ook een aantal keren vrij hard ten val. Maar de rondes gingen door met van tijd tot tijd even rust.

Een blik op de klok na 100 kilometer wees uit dat ik ruim 5 uur geschaatst had. Een snelle rekensom leerde me dat de 200 km er dan rond de klok van 6 uur 's avonds erop zou zitten. Dat zou dik na de sluiting van de tijdscontrole zijn. Ik besloot gas terug te nemen. Er waren er meer die hun plannen bijstelden. Echtgenote Nienke werd gefeliciteerd met haar behaalde medaille bij de toertocht over 10 kilometer. Ondanks de toenemende pijn in de rug, knieën en benen ging het schaatsen toch nog lekker. Het aantal keren vallen was niet meer op een hand te tellen. Na 14 ronden besloot ik nog een keer de ronde te doen. Nog één keer opboksen tegen de straffe zuidelijke wind, nog één keer het traject van vier kilometer nemen met het geweldige stuk slecht ijs en het losrakende sneeuwijs en nog één keer genieten van het laatste stuk goed ijs, weliswaar met veel scheuren maar waar schaatsen echt schaatsen was. Dan komt het onvermijdelijke einde na 15 ronden ofwel 150 km Totaal 9 uur 14 minuten en 8 seconden, goed voor een 42e plek in het veld van 65 schaatsers. Terug in Nederland kijk je terug op een leuke ervaring op het Zweedse ijs. Bel je de vrijdag na de tocht met de winnaar van de rit, Jan Aalders om hem te feliciteren en dan vraagt hij of ik de dag na de 200 kilometer nog geschaatst heb. Maar wij waren toen op weg naar Nederland maar het vroor die dag wel lekker! Klopt zei Jan want het ijs op het Orsameer was als een spiegel: geen sneeuwijs, geen scheuren, perfect natuurijs. Het kan verkeren, maar het was een belevenis op het Orsameer, compleet met het uitzicht op Bart Veldkamp en zijn Kenianen.

26 februari
 

Als Finse Nederlander meedoen aan de Open Finse Kampioenschappen in  Tuusula

Afgelopen zomer kocht ik mijn tweede paar rolschaatsen. Tegenwoordig heten die dingen inskates geloof ik, maar voor mij blijven het rolschaatsen. Ik vond dat wel mooi werk, alleen een beetje zwaar, vooral bergop. Ik woon in Savonlinna (Oost-Finland) en wij hebben hier geen vlakke polderwegen!

door Johan Moraal

 

Op mijn eerste paar rolschaatsen (Esmi) had ik ruim dertig jaar geleden een zilveren medaille gewonnen bij een kortebaanwedstrijdje in Nijmegen. Die medaile is verdwenen, maar de kus van Atje Keulen-Deelstra kan ik niet vergeten. De afgelopen 25 jaar heb ik vrij slecht geleefd, maar zoals het een midlifer betaamt (bj. 61) ben ik opnieuw aangestoken door de schaatskoorts.

Klûnschaatsen
Dit najaar kocht ik een setje kluunschaatsen met langlaufschoenen en nam ik me voor om in Kuopio aan de 50 km mee te doen. Aan hoge noren begin ik maar niet want de dichtstbijzijnde kunstijsbaan is geloof ik 350 km weg. Wel heb ik op 40 km van huis een mooie natuurijsbaan van 25 km in Oravi/Rantasalmi. Jammer genoeg was ik ziek op de dag van Kuopio, maar gelukkig was er een halve gekke Nederlander die het in zijn kop had gezet om in Tuusula een marathon te organiseren. Hartelijk dank dus aan Maarten en zijn team en aan de jongens van de Arbeiders IJs Vereniging Helsinki (HTL). Ik had Maarten een dag eerder gebeld omdat het al een week gedooid had en het ijs in Savonlinna in ieder geval niet meer te beschaatsen was. Maarten is een erg positieve jongen geloof ik (of hij weet niet wat ijs en weder diendende betekent), want hij zei simpelweg. "Wij zeggen het niet af. We hebben een goede schaaf, dat komt wel goed." Omdat ik dus begreep dat de organisatie een duidelijk plan had, dacht ik, vooruit dan gaan we maar.Gelukkig hebben we hier geen files dus is 350 km eigenlijk wel rustgevend...

De tocht
Ik noem het nou wel een tocht, en doe alsof ik een recreant ben, maar het punt is natuurlijk wel dat als je mij een nummer op de borst speldt, dan ga ik ervoor. Wij vertrokken om 12 uur en de jongens van de honderd hadden al een uurtje lopen krabbelen. We gingen rustig van start en ik bleef achterin de kat uit de boom kijken. Vooral op het stuk van 3 km tegen de wind in was dat wel lekker, maar erg dicht durfde ik er niet op te gaan zitten want het was meer een zwanenballet van een stuk of tien komische figuren. Op een gegeven moment dacht ik, zal ik er langs gaan, want ik kan best harder. Goed dat ik dat niet heb gedaan, want een stuk of honderd keer uit een plas water en andere grubbel klimmen gaat je op een gegeven moment toch in de benen zitten. Twee ronden voor het eind gingen er twee heel geniepig vandoor. Ik dacht nou dan ga ik er ook maar voor en dan zien wel wel waar het schip strandt. Dat zou al gauw gebeuren, want na ongeveer een kilometer behoorlijk voluit te hebben geworsteld zat ik ineens diep in de schuld en ging ik languit in een plas van 10 cm diep liggen. Als ik een hartslagmeter om had gehad, was die waarschijnlijk op tilt geslagen want ik vermoed dat de pols in twee tellen van 170 tot -2 terugviel. Ik dacht, nou krijgen we dus een hartaanval met longontsteking, wat een erg interessante diagnose is, maar er was niemand om me op te halen dus ik ging maar door, nog 10 km te gaan! Ik snap eigenlijk niet hoe Roel die tien keer vallen heeft overleefd, want toen ik een ronde later de tweede keer ging liggen, schoot me de kramp in de kuit en duurde het een halve minuut voordat ik zittend in de koude plomp mijn tenen te pakken had om hem eruit te trekken. Gelukkig had iedereen het moeilijk, mijn achtervolgers hebben mij lekker ook niet te pakken gekregen.

Het was een fantastische dag, in alle opzichten. Vooral voor een jongen als ik, die al 16 jaar in Finland woont. Heerlijk om eens lekker Nederlands te praten. Voor mij bestaat er dan ook geen twijfel over, volgend jaar weer! En dan is het vast anders, want deze winter is absurd kort voor Finse begrippen.

Johan Moraal
kneusje@luukku.com

terug

 

In deze rubriek sturen schaatsliefhebbers hun ervaringen en foto's door van hun verblijf in het noorden.
 

Heb jij ook interesse om jouw ervaringen erbij te zetten? Mail ons je ervaringen (kort of lang) en stuur je 4 mooiste foto's mee. Wij plaatsen je verhaal hier direct bij.

Mail je bijdrage naar:
info@nordicskatingcenter.nl